Jac. P. Thijsse, pionier biodiversiteit

Plaatjes uit Zomer 1907

Jacobus Pieter Thijsse, (1865-1945), was een, onderwijzer, natuurbeschermer en schrijver, die veel heeft bijgedragen op het gebied van natuureducatie, veldbiologie en natuurlijke historie. Ik zou zeggen, hij was de Nederlandse pionier biodiversiteit bij uitstek. Hoewel hij reeds voor mijn geboorte overleed, kwam ik hem telkens weer tegen en neemt hij in mijn boekenkasten veel ruimte in. Zijn boeken komen er vaak uit om te lezen of te kijken. Ik herinner me dat ik toen ik op de lagere school zat, al luisterde naar Weer of Geen Weer, een VARA-programma, waar thuis naar werd geluisterd op zondagochtend. Thijsse kwam daar vaak in voor als het ging om flora of fauna of om het natuurgebied De Beer, wat teloor ging aan de Europoort.   

Portret van Jac. P. Thijsse (1865-1945). Locatie en datum onbekend.

Op de middelbare school gebruikten we bij biologie het boek de Geïllustreerde Flora van Nederland waar Thijsse aan meegewerkt had. Ook in de boeken, stukjes en interviews van één van mijn favoriete schrijvers, Jan Wolkers, werd hij vereerd. Mooie passages waren het, over het beschuitblik met de plaatjes, zoals die uit het boek Texel. Ja, God had de bijbel gemaakt, maar Thijsse de albums van Verkade. Wolkers, die ik ooit ontmoette bij de boekhandel in Den Burg, kende Texel al uit het album, voordat hij er zelf ging wonen. Ik kocht in dezelfde winkel later het heruitgegeven Texelalbum, waar je de plaatjes nog moest inplakken. Ik heb het nog altijd leesbare versleten Vogelboekje en diverse Verkade albums, gescoord op markten. De biografie over Thijsse van Dijkhuizen viel me zwaar op de maag, maar gelukkig las ik een beter karakteriserend boekje van Dik van der Meulen.

Waar Vivaldi de vier jaargetijden muzikaal typeert, doet Thijsse dat binnen ons taalgebied in meer dimensies; overigens ook zijn andere werken. Zijn schrijftrant is cinematisch en persoonlijk geïnvolveerd. Wisselend zoomt Thijsse in en kijkt hij door de macrolens naar een plant of een paddenstoel of vlinder, dan weer door de tele naar een vogel, waarbij dit alles afgewisseld met landschappelijke groothoekbeelden. Vaak komt hij met persoonlijke anekdotes. Mooi is de diepgang in de stof, die toch weer door een groot publiek te lezen is. Zelfs geluiden kan hij goed beschrijven.

Onbegrijpelijk was zijn enorme kennis en zijn tempo van publiceren. Ik moet zeggen dat ik via zijn boek paddenstoelen, me deze veel beter kon eigen maken, dan via de eindeloze maar onleesbare catalogiserende handboeken, die bij cursussen worden gebruikt. Ik heb uit diverse boeken en artikelen een kort overzicht gemaakt over zijn leven.  

Ex-Libris. Met toestemming Heimans en Thijsse Stichting

Jacobus Pieter Thijsse werd in 1865 in Maastricht. Hij was de derde van vier jongens. Zijn moeder bracht hem de liefde voor tuinen bij, terwijl zijn vader veel wandelde in de natuur. Doordat zijn vader aanvankelijk militair was, moest het gezin vaak verhuizen. Zo woonde Thijsse na Maastricht in Grave en in Woerden, voordat hij in 1877 naar Amsterdam ging. Thijsse kon goed leren. Hij spijbelde voor zijn twaalfde jaar regelmatig om de natuur in te trekken. Ook in Amsterdam was hij op zijn vrije woensdag- en zaterdagmiddagen vaak te zien in Rietlanden en in de moerasjes aan het Nieuwe Diep. Hij zocht daar onder andere naar slangen of naar orchideeën. Thijsse had een fijne kindertijd en was, zoals hij het zelf weergaf onbekommerd. Op zijn veertiende mocht hij naar de kweekschool om onderwijzer te worden. Deze doorliep hij in vier jaar. Hij kreeg onder andere les van Dr. Coenraad Kerbert, met wie hij een goed band had. Deze gaf niet alleen natuurlijke historie, maar deed veel aan activiteiten buiten de school in de vrije natuur. Hij werkte in het Zoölogisch Laboratorium en werd hoofdconservator van het aquarium van Artis. In 1890 zou Kerbert directeur van Artis worden. Hij was al met al voor Thijsse een belangrijke leermeester. Beiden hadden daarbuiten een goede band, waardoor de relatie ook later bleef bestaan.

In 1883 kreeg Thijsse een aanstelling als derde onderwijzer op een Amsterdamse school. Hij stimuleerde de kinderen met kennis over de natuur. Hij begon in 1884 een dagboek bij te houden, waarin hij waarnemingen van plant en dier bijhield en aantekeningen maakte. Hij ging door met het behalen van de hoofdakte en aktes voor Frans, Engels en Duits. In 1888 gaf hij al les aan de kweekschool en in 1890 werd hij hoofd van de Fransche school in Den Burg op Texel. Tijdens zijn verblijf op Texel medio 1891, trouwde Thijsse met de onderwijzeres Leen Bosch, die hij de kweekschool had leren kennen. Zijn vrouw kreeg op Texel heimwee, waardoor het echtpaar in 1892 terug ging naar Amsterdam. Daar kregen ze twee zoons. In Amsterdam terug werd Thijsse hoofd van de Openbare School aan de Passeerdersgracht.

Omslag: Met toestemming Heimans en Thijsse Stichting

In 1893 ontmoette Thijsse de vier jaar oudere Eli Heimans (1861-1914), eveneens schoolhoofd in Amsterdam, met wie hij in de jaren die volgden veel samenwerkte. Thijsse was onder de indruk geraakt van diens boekje over de levende natuur in het Amsterdamse Sarphatipark. Samen besloten zij verder te gaan schrijven over de echte natuur. Thijsse leerde veel van de Heimans, die al meer schrijfervaring had. Ze schreven samen een reeks van werkboekjes over de natuur: Van vlinders, bloemen en vogels, Door het rietland, Hei en dennen, In sloot en plas, In de duinen en In het bosch. In 1896 betrokken ze Jasper Jaspers jr., bij hun werk.

De Levende Natuur jaargang 2 Kleurenplaat van P.W.M. Trap. Met toestemming Heimans en Thijsse Stichting

Heimans Jaspers en Thijsse richtten het tijdschrift De Levende Natuur op. Het had de ondertitel “tijdschrift voor de natuursport”. Het tijdschrift was bedoeld voor een breed publiek en had al interactieve aspecten, zoals de rubrieken waarnemingen en vraag-en-antwoord of een enquête naar kikkers. Ook Frederik van Eeden las hun boekjes en schreef voor het tijdschrift. De uitgever Willem Versluys bracht literaire tachtigers in contact met natuurbeschermers.

In 1899 verscheen De geïllustreerde flora van Nederland, aanvankelijk  het werk van Heimans en Thijsse. Vanaf tweede druk werd ook de plantkundige H.W. Heinsius medeauteur. Vele generaties hebben dit boek leren kennen en gebruikt.  

Omslag.Met toestemming Heimans en Thijsse Stichting

In 1990 verscheen het succesvolle Wandelboekje, van Heimans en Thijsse, wat twaalf maal zou worden herdrukt. In 1900 kwam er ook een tegenslag, Thijsse moest t.g.v. pleuritis met één long verder leven. Toch was zijn energie niet gebroken. Met zijn gezin verhuisde hij naar Bloemendaal. Hij forensde naar Amsterdam waar hij inmiddels het vak kennis der natuur gaf aan de kweekschool. In Bloemendaal raakte hij bevriend met de vogelfotograaf Adolphe Burdet. Thijsse gaat meer over vogels publiceren. In 1904 publiceert hij Het Vogeljaar, met foto’s, tekeningen en aquarellen. Er zullen er nog twee volgen; Het intieme leven der vogels en het vogelboekje.

In 1904 maakt Thijsse zich in het Algemeen Handelsblad zorgen over de plannen van de Gemeente Amsterdam, om de vuilnis te “plempen” in het Naardermeer. Voor Thijsse was dit meer een schatkamer van biodiversiteit. Belangrijk waren de lepelaars en de purperreigers. Hij kreeg steun van de Nederlandse Natuurhistorische Vereeniging, waar naast Heimans en Thijsse ook biologen zoals Heukels en Heinsius actief waren. Door zijn initiatief stemde een meerderheid van de gemeenteraad tegen het voorstel van B&W om het Naardermeer te bestemmen als vuilstortplaats. Om de zaak te zekeren, werd in 1905 in Artis, de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland opgericht waarvan Thijsse de eerste secretaris werd. Er werd geld bijeengebracht om het Naardermeer te kopen, als eerste natuurmonument. In 1908 pleitte Thijsse in het Algemeen Dagblad voor de aanleg van natuurparken in de omgeving van Amsterdam. Zijn ideeën zouden later, vanaf 1928 tot 1937, gerealiseerd worden gerealiseerd in de aanleg van het Amsterdamse Bos.

Zomer uit 1907

In 1904 werd Thijsse gevraagd om de tekst te verzorgen voor albums van Verkade. Ondanks aanvankelijke weerzin, hapte Thijsse in dit Verkadekoekje. De serie albums begon met de delen Lente, Zomer, Herfst en Winter, welke verschenen tussen 1906 en 1909. De albums werden een groot succes.  Ze werden meteen opgevolgd door een tweede reeks over Nederlandse biotopen, het Naardermeer en andere delen van Nederland. Deze verschenen tussen 1910 en 1918. Een derde groep wordt gevormd door albums, die uitkwamen tussen 1926 en 1938. Bekende voorbeelden daarvan zijn Texel, Paddenstoelen en Waar wij wonen. In totaal verschenen er twintig albums door Thijsse geschreven, waarvan er twee postuum verschenen.

In 1906 kreeg J.P. Thijsse zijn eerste erkenning als auteur, toen hij werd gekozen tot lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. In 1914 werd hij bovendien erelid van de Royal Society for the Protection of Birds.

 In 1914 kreeg Thijsse een groot verlies te verwerken door plotselinge overlijden van zijn vriend Eli Heimans. Het was zijn medestrijder voor natuurbehoud. Tragisch was dat Heimans minder in de schijnwerpers stond.

Passenstoelen exemplaar uit 1929

In 1922 kreeg Thijsse uiteindelijk een eredoctoraat van de gemeentelijke Universiteit van Amsterdam. Bij die gelegenheid noemde zijn promotor Th. Stomps het boek Omgang met planten uit 1909 van wetenschappelijke waarde en beschouwde dit als diens dissertatie. Thijsse beschreef daarin o.a. de bloembestuiving en de daarbij betrokken insecten. Door dit eredoctoraat kon hij gaan lesgeven aan het Kennemer Lyceum in Overveen en aan de Middelbare Meisjesschool in Bloemendaal en kort daarop bovendien aan de Middelbare Meisjesschool ’t Kopje, als leraar plant- en dierkunde.

In 1930 ging hij met pensioen, waarna hij met zijn echtgenote een reis van een half jaar naar Java maakte, waar hun jongste zoon woonde. Ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag schonken vrienden hem twee hectaren grond in Bloemendaal, waarop een heemtuin onder de naam Thijsse’s Hof werd ingericht. In 1932 werd Thijsse benoemd in een commissie voor natuur- en landschapsbescherming. Zijn vrouw Leen overleed in 1938. Hij voelde hij zich daarna eenzaam. Toen ook zijn vriend Burdet in 1940 overleed, trok diens dochter Lilly Burdet bij hem in. Tijdens de oorlog werd Thijsse’s gezondheid slechter. Hij stierf kort na de jaarwisseling in 1945 in Overveen.  

Wil je meer lezen, begin dan bij de boekjes van de Heimans en Thijsse reeks zoals:

Jac. P. Thijsse – natuurbeschermer en schrijver van  Dik van de Meulen

Van vuilnisbelt tot natuurmonument en Het begon allemaal in Artis van Marga Coesèl

Je kunt ook beginnen met een meer dan honderdjaar oud Verkadealbum van Thijsse zelf, ze zijn nog altijd goed leesbaar. 

Ik dank Marga Coesèl voor haar feedback, tips en afbeeldingen.

http://www.jobdejonge.com

Gepubliceerd door Job de Jonge

Hij is geboren op 8 juli 1949 in het Rotterdam in opbouw 9 jaar na het bombardement. Zijn overgrootouders waren geworteld in Schouwen-Duiveland, IJsselmonde en de Hoeksche Waard. Hun kinderen en kleinkinderen trokken naar de grote stad Rotterdam of werden er geboren, zoals beide ouders van Job.Op Zuid bezocht hij na de lagere school het Johannes Calvijn Lyceum. In Rotterdam ontmoette hij zijn huidige vrouw Ida de Waard. Met haar heeft hij twee kinderen, drie kleinkinderen en één op komst.Sinds 1968, het jaar van democratisering, studeerde hij medicijnen aan de VU. Na zijn artsexamen in 1975 specialiseerde hij zich als psychiater en psychotherapeut met een groot accent op de kinderpsychiatrie. 35 jaar werkte hij als zodanig. Daarnaast was hij actief als bestuurslid in zijn beroepsverenigingen. Nu met pensioen heeft hij veel meer tijd voor andere zaken, die hem al eerder bezighielden, zoals contacten leggen, innerlijke verdieping via yoga, werken in de tuin, werken met bijen, het zoeken naar voorouders en het op kleine schaal deelnemen aan maatschappelijke zaken zoals biodiversiteit en milieu. Hij houdt van geschiedenis, filosofie, kunst en muziek. De laatste jaren schrijft hij gedichten.

Geef een reactie Reactie annuleren