Gedichten

Kerst in het klimaatjaar 2021

Ook dit jaar hielden velen de ogen sluitend, gewoon stuitend.

De tijd dringt voor het klimaat, de planeet wordt te heet, ze schroeit.

Ontbossing, overbemesting, asfalt, woestijn waar niets meer groeit. 

Nutteloze reizen met goedkope vluchten, veel gezuip, geen leuk uit-end.

Planten en dieren verdwijnen voor onze ogen, toch niet te geloven.

We eten er goed van, wetend dat velen moeten vluchten voor honger.

Hun water en hun land gebruiken wij voor bloemen of komkommer.

Het kind verdient beter, we mogen het niet van zijn aarde beroven.

Zo kan de kerst een keerpunt zijn, we kunnen samen veel herstellen.

Ieder op zijn of haar eigen manier; een tegel uit de tuin, meer op de fiets,

voedsel uit de eigen buurt, vegetarisch of gewoon minder vlees, dat is toch iets.

Minder vliegen, minder venijn, maar kinderen een betere toekomst voorspellen.   

Pien

Pardoes daar is Pien
aan Daf en Dan geschonken
begint nu aan haar reis

Primavera

smeltend vijverijs
traag ademende goudvis
snakt naar de lente

De crucifix

de zoon aan het kruis
vereerd misdadig gebruik
de pappa laat het toe

Saksisch carnaval

Woze leit te vozen
mit heur deuz in ’t Walhalla
bi Wodan mit sin bierkan
en ’t skuum oet sin fluut

Freya is ok blie ja
Mit heur steert op heure konte
En Donar dwoase blitsnar
Leit er fett baoven op

op de wijs van oze wieze woze

Schizofreen

Jakobien uit het grote gezin
getogen op de boerderij
een oudste in de kinderrij
in spin de bocht gaat in

begaafd op school zo naar verluidt
teruggetrokken, thuis aan het werk
gedreven op het orgel in haar kerk
uit spuit de bocht gaat uit

psychose, pillen, praten, behandelboeket
therapeuten, onmachtig, hun taak onvervuld
verslagen, na haar sprong van de flat

suïcide wordt in haar kerk niet geduld
de dominee brult doem en zonde in ’t gebed
Ouders staan hun hoofd gebogen in schuld

Louis

Rood tot ze doven
Achterlichten van de Trein
In Mist vertrokken

Nanny

Zeventig jaar zijn voor jouw voorbijgegaan
je kreeg zoveel rollen en nam ze allen aan
kleuter, kabouter, kind, bakvis, schatje en pleeg
als zus, moeder en oma bleef het ook niet leeg
zorg en liefde voor een ieder vulde je bestaan

de havenstad als achtergrond met drukte en vertier
kerkbanken, zondagsrust, winkelmeisje, niet alles was plezier
babbelend elfje, Rolling Stones, dansend bij kaarsen en visnet
zelfs in de bossen shagjes rokend en rossend op de Mobylette
genietend van feestjes en vakanties, veelal op jouw manier

taken en werken liggen nu grotendeels in het verleden
met zingen en schilderen heb je nieuwe gebieden betreden
decor van havens nu afgewisseld met la douce Provence
verdiept in vogels, verzonken in een roman, het kán en France
terugblikkend met rijke bagage naar de volgende fase – tevreden

Poema para Helena

als oudste van de zussen in zwanenzang
je tijd is gekomen, de taak is voorbij
je woonde ver, maar was altijd dichtbij
een bakvis, spitsafbijter, niet echt bang

een vrouw, een moeder en oma van belang
met haar eigen gerechten een keukenkei
zon, water, golven, stranden maakten haar blij
vreugde heelde haar zwakke hart jarenlang

nu aan het einde van je levensgang
niet meer in ons midden, maar uit de rij
verdwenen voor zussen en aanhang

de afstand is ver maar het beeld blijft dichtbij
zo wordt een treurig lied een engelenzang
altijd in onze harten zo blijf je erbij

Mootje en Zen

de poes in de boom
een winterpeer zonder blad
loert naar de einder 
Amai Amai

de kat krakt de muis
een keukenvloer met een staart
zonder huid en haar

corona kerstkrans

Het vileine virus bepaalde dit jaar
Velen moesten werken en verzorgen
Anderen hielden zich schuil, verborgen
Slechts weinig zagen wij elkaar

De donkere dagen braken aan
Dan plots een ster in de morgen
Hoop breekt aan voor onze zorgen
Kerst brengt ons op afstand saam

Rozijnen, sukade, kaneel en rode wijn
Verjaagt de plaaggeest in ’t nieuwe jaar
Wildgebraad, vegetarisch, ein Glas im Steh’n

Het licht komt terug, nou reken maar
Geeft hoop dat we weer samen mogen zijn
Schijn over ons sterre helder en klaar