Meer natuur rond en boven de A9

Mooi om weer terug te zijn in een gebied waar ik bijna een halve eeuw woonde en werkte en ook mijn eerste theorielessen imkeren volgde bij de NBV-Amstelland. Ik ken het mooi aangelegde Bijenpark, dicht bij de Amstel naast de volkstuinen en de Wijngaard Amsteltuin. Er staan diverse bijenstallen rond tientallen vakken met drachtplanten. In het verenigingsgebouw op het bijenpark ontmoet ik Jos Valentin en Jan Westerhof, twee actieve leden, die beiden in de werkgroep ‘Bestuivers langs de A9’ van het A9-project zitten. Jos vertelt dat Jan ook lid is van de van de Amstelveense Groenraad, die zich bekommert om een gezonde groene leefomgeving in de gemeente. Zelf was hij hier tot voor kort ook lid van. Amstelveen heeft veel groenzones en parken, zoals het bekende Thijssepark, de Braak, het Broersepark en het Amsterdamse Bos. “Er waren bij veel inwoners zorgen over de verbreding van de A9, waarbij stroken groen, moesten wijken” Jan: “Er is toen iets bijzonders gebeurd. Rijkswaterstaat heeft NBV Amstelland gevraagd om als tijdelijke compensatie bijenkasten te plaatsen rond de A9”. De Imkervereniging heeft geantwoord, dat het beter zou zijn om het hele traject biodivers in te richten met beplanting niet alleen voor bijen maar ook voor andere insecten. Zo is een mooie samenwerking tot stand gekomen.

Inmiddels is Marie Janke Damoiseaux, aangeschoven. Zij is naast adviseur omgeving ook projectleider en social designer Buurbouw, een samenwerking tussen RWS, aannemer VeenIX en gemeenten Amstelveen en Ouder-Amstel, dat tijdens de werkzaamheden aan de A9 contacten met bewoners onderhoudt en activiteiten organiseert om de hinder voor mens, dier en plant waar mogelijk te beperken. “Buurbouw opperde in het voorjaar van 2020 het idee om grond, waarop tijdelijk geen werkzaamheden plaatsvonden, in te zaaien met wilde bloemenmengsels en daarbij insectenhotels op te hangen en bijenvolken te plaatsen. Via overleg met de bewoners en de imkervereniging, is er een groot project ontstaan, waarbij ook bedrijven en gemeentes zijn betrokken.” In feite ontstond een nieuwe situatie waarbij niet alleen gewerkt werd aan vermindering van hinder, maar waarbij er ook voor de toekomst winst kwam voor het gebied. De bewoners kunnen straks genieten van een mooie leefomgeving met veel beplanting, die ook bijen en andere bestuivers aantrekt. Bovendien zijn er mogelijkheden om educatie over de natuur te geven.

Marie Janke vertelt over het gigantische project van de verbreding van de A9, waarmee RWS in 2020 de uitvoering begon. Het traject door Amstelveen van Badhoevedorp tot aan Holendrecht. Het vernieuwde traject omvat een verbreding tot tweemaal vier rijstroken en een wisselbaan. In het centrum van Amstelveen komt 1,6 km A9 verdiept te liggen. Men heeft niet voor een ondertunneling gekozen, maar voor drie overkappingen bij het Oude dorp, het Stadshart en bij de Meander van respectievelijk 249m, 249 m en 85 meter. Deze overkappingen zijn niet alleen bedoeld voor het autoverkeer tussen Amstelveen noord en zuid, maar ook voor voetgangers en fietsers. Het bestaande groen aan beide zijden van de snelweg wordt daardoor weer met elkaar verbonden.

Jos benadrukt dat de imkers er vanaf het begin door RWS actief bij betrokken zijn. Er is al veel gebeurd. Zo zijn door schoolkinderen uit Ouderkerk aan de Amstel insectenhotels gemaakt en opgehangen. Regelmatig worden lessen en lezingen over bestuivers gegeven. Om bijensoorten, zoals graafbijen, een goede plek te bieden zijn zandheuvels langs de snelweg aangevuld met ‘zoet’ zand, afkomstig uit rivierbeddingen. Ook zijn er twee schitterende bijendemonstatiekasten in het gebied geplaatst, waarvan we die in de Stadstuin, in het hart van Amstelveen hebben bezocht. Door luikjes te openen kan men zien hoe de bijen leven. Een drie meter hoge uitlaat zorgt ervoor dat de bijen ongestoord in en uit kunnen vliegen en dat de kijkers veilig kunnen spieden. Voor de educatie aan het wandelend publiek en voor schoolkinderen worden informatiepanelen over het leven van de bijen, andere insecten en drachtplanten geplaatst. Jos doet een gevleugelde uitspraak: ‘’Via de bijen ontdek je de andere insecten.”

Foto Abe Maaijen Situatie A9 8 sept 2023

Marie Janke vult aan dat bij het Oude Dorp van Amstelveen een tijdelijke uitkijktoren geplaatst is, zodat iedereen het werk aan het tracé kan zien. Later zal er een definitieve uitkijktoren van 18 meter hoog bij Ouderkerk aan de Amstel komen met uitzicht op De Ronde Hoep, een van de oudste polders van Nederland. Deze is tussen 1100-1300 drooggelegd en heeft nog steeds hetzelfde slotenpatroon! Voor de uitvoering van het project heeft RWS een ecoloog bij de uitvoering betrokken. Dat is ook het geval bij de Spaanse hoofdaannemer van het project. Zij zorgen er voor dat uitvoering niet in strijd is met ecologie.

Foto Abe Maaien. v.l.n.r. Jos Valentin, Job de Jonge en Jan Westerhof
Foto Abe Maaijen. De Franse observatiekast

Jan legt uit dat een groene long langs de nieuwe A9 straks het Amsterdamse Bos met de oude polder De Ronde Hoep verbindt. RWS maakt dit mogelijk door bij de aanleg van taluds en bermen rekening te houden met de eisen die de toekomstige flora en fauna bijvoorbeeld aan de grond stellen. De imkervereniging NBV Amstelland blijft ook als de A9 in 2027 klaar is betrokken bij de ‘Bestuivers langs de A9’. De imkers blijven de demonstratiekasten verzorgen. En ze blijven lessen over bestuivers geven aan leerlingen van de scholen uit de regio. Indirect heeft het project ook invloed op buurgemeenten. Zo heeft de gemeente Ouder-Amstel al een ecologisch beplantingsplan vastgesteld waardoor de biodiversiteit rond de A9 beter zal zijn dan voor de ombouw van de snelweg.

Na het interview hebben Abe Maaijen en ik een rondleiding gekregen, waarbij we Het Bijenpark, de Stadstuin en de tijdelijk uitkijktoren bezochten. Daar zagen we de kracht van de natuur: een hop zaadje was aan de voet van de toren ontkiemd. Het plantje heeft zich naar boven geslingerd en bloeide boven in de uitkijktoren.

Foto NBV Amstelland

Tekst Job de Jonge. Dit artikel verscheen eerder in Bijenhouden 18e jaargang nummer 1, februari 2024

Natura Docet

Dankzij textielbaronnen, een wandelende meester en de katholieke kerk heeft Twente al meer dan een eeuw een bijzonder museum. Museum Natura Docet in Denekamp trok de aandacht van redacteur Job de Jonge omdat bezoekers hier kunnen kennismaken met honingbijen. Leren van de natuur is het thema van het museum. Luuk van Laar is de achterkleinzoon van één van de medeoprichters en liet het museum graag zien aan Job.

Luuk van Laar, foto Abe Maaijen
Meester Bernink foto website Natura Docet

Natura Docet
Dat de natuur de mens dingen kon laten leren, wist met al in de klassieke oudheid en in de bijbel. Zo vertelt koning Salomo dat de mens veel kan leren van de mieren als onderdeel van de schepping. De lerende natuur vinden we ook in de 21e eeuw terug en wel in Twente. Ik ben op bezoek bij Luuk van Laar, die verantwoordelijk is voor de educatie in Natura Docet. Luuk is vooral een bezielende praktische docent, die vanaf zijn jeugd al van het museum houdt, “Mijn overgrootvader was medeoprichter,” legt hij zijn betrokkenheid uit. Het museum werd in 1911 opgericht door Johannes Bernardus Bernink (1878-1954) onderwijzer uit Denekamp. Bernink wandelde veel rond Oldenzaal en verzamelde van alles uit de streek; planten, insecten, opgezette vogels en eieren. “Meester Bernink mocht deze verzameling onderbrengen in het Museum Natura Docet, dat hij oprichtte met steun van textielbaronnen, als de families van Heek, Scholten en Jannink en daarnaast de RK-kerk. De naam betekent de natuur leert.”Tijdgenoot van Thijsse en Heimans

“Bernink doet me denken aan Jac. P. Thijsse  en Eli Heimans”, zeg ik. Luuk: “Ja dat klopt. Bernink had veel contact met Thijsse, die hem ook wel dingen leerde. Bernink schreef ook over de natuur, bekend zijn Ons Dinkelland uit 1916, Twentsche Zangvogels uit 1928, Flora en Fauna in Overijssel uit 1931 en De keien onzer heiden uit 1942. Net als Thijsse gaf hij aan dat de natuur begin 1900 al in nood was.”
In het huidige museum zijn prachtige zalen ingericht met opgezette dieren en vogels, insecten, eieren, fossielen, stenen en zelfs een compleet samengesteld geraamte van een mammoet. 

kasten in museum gemaakr door Mr. Bernink, foto Abe Maaijen

Belevingstuin
Vanaf 2009 werd de tuin als ‘belevingstuin’ ingericht. Educatie in de geest van meester Bernink, zowel in het gebouw als in de museumtuin, werd de doelstelling. “Naast het vooral statische museum is de tuin meer dynamisch en interactief,” vertelt Luuk terwijl hij mij de tuin laat zien. “Bij de inrichting is rekening gehouden met de biotoop van het Dinkelland. ‘Door de terugkomst van het aantal soorten in de tuin is de biodiversiteit toegenomen, we zijn trots op de gevlekte orchidee en regelmatig zien we weer ijsvogels.” Er is inderdaad van alles te zien, te horen, te ruiken en te voelen voor zowel kinderen als volwassenen. Er zijn bijenhotels, bijenkasten, waaronder een observatiekast, maar ook een voedselbos en een lesbos oftewel lerend bos. Luuk laat de kleine biotoop zien die bij de vennen is ontstaan. “Kijk, hier groeit pilvaren, koningsvaren en klimmers, zoals hop en wilde clematis. Over het bruggetje ga je naar een houten ‘kijkdoos’, bedacht door de architect Bruno Vermeersch. We hebben een tuinman als vrijwilliger. Imker Ton Eisink verzorgt in en bij de zouttoren de bijenkasten en hij geeft voorlichting over bijen, wilde bijen en wespen. Trouwens, deze buisjes voor metselbijen zijn gemaakt van stengels van de invasieve exotische Japanse duizendknoop”.

Houten toten in de vorm van een zouttoren, foto Abe Maaijen

Positief bezig
Luuk houdt van lesgeven en vertelt over het aanbod voor lessen aan groepen en klassen met kinderen, zowel uit het basisonderwijs als uit het voorgezet onderwijs. “Er zijn veel mogelijkheden om kennis te maken met plant en dier, met biodiversiteit, met evolutie. Kinderen kunnen sporen zoeken, insectenhotels bouwen en vullen, leren over mieren, speciale bijen, zintuigen en motoriek, noem maar op. Veel inwoners hier in de omgeving zijn erg betrokken bij de natuur. In de omgeving van Denekamp was er grote verontwaardiging over een boer die glyfosaat op zijn land had gebruikt, het jaar daarna heeft hij het niet meer gebruikt. Kinderen van groep 6, 7 en 8 van de basisschool hebben  hier mogen inzaaien om vervolgens het resultaat te volgen.” Ook de Gemeente Dinkelland, waarbinnen Denekamp, Ootmarsum en Weerselo zijn gefuseerd, doet veel aan biodiversiteit, vertelt Luuk. De gemeente telde in 2019 een rapport op ten behoeve van de versterking van de biodiversiteit. De gemeente laat veel bermen op ecologische wijze maaien, besteedt veel aandacht aan de kwaliteit van de groenvoorzieningen en speelvoorzieningen in de gemeente Dinkelland. De Stichting Heemkunde en vogelwerkgroep “De Grutto” zetten zich binnen de gemeente Dinkelland in voor de bescherming van weidevogels en andere dieren.

Museum Natura Docet, foto Abe Maaijen

Vrijwilligers en ondersteuning
Natuurlijk zijn er ook tegenvallers vertelt Luuk “Er is altijd geld tekort, vooral bij dit soort natuurhistorische musea. De subsidies zijn sterk teruggeschroefd. Hierdoor zijn we van zeven naar drie man personeel teruggebracht. Gelukkig zijn er vrijwilligers en is er samenwerking met de Imkerverenigingen in Dinkelland en Oldenzaal. Het aantal bezoekers liep de laatste jaren terug, maar zit nu weer wat in de lift.” Op initiatief van een groep natuurliefhebbers is ruim 100 jaar geleden de Vereniging van Vrienden van Natura Docet opgericht. Nog altijd ondersteunt deze vereniging het museum, maar ik hoop dat er meer steun komt voor het museum, voor Luuk en de andere medewerkers van het museum. We leren van de natuur en dit museum is een van haar belangrijke leraren.

Eerder gepubliceerd onder de titel “Leren van de natuur in Twente”in Bijenhouden 17e jaargang nr 6 december 2023

Imkers uit Aalten en de lerende natuur

In de Achterhoek, dicht bij de grens met Duitsland, bezoeken redacteur Job de Jonge en beeldredacteur Abe Maaijen de afdeling  Aalten van de NBV. Ze moeten even zoeken naar het adres van voorzitter Gerard te Hennepe midden in een boomgaard. Samen met Hans Obbink, 60 jaar imker, Dorien te Bokkel en Evert Lensink vertelt hij graag over alle activiteiten van de imkervereniging.

Educatie

“Al sinds 2005 besteedt imkervereniging Aalten aandacht aan educatie aan kinderen door het geven van lessen op de basisscholen”, vertelt te Bokkel. Binnen het project ‘Groen verbindt’ heeft de vereniging een bijenstal met educatieruimte kunnen bouwen. ‘Groen verbindt’ is een samenwerkingsverband met het moestuinproject van Estinea en de kinderboerderij De Ahof. De lessen en de opendagen vinden nu plaats bij de bijenstal. De educatieruimte heeft een bijenstal, er is een honingslinger en allerlei demonstratiemateriaal.

Evert Lensink, Dorien ten Bokkel en Gerard Hempel, Imkers Aalten

De bijen kunnen voor dracht in de grote moestuin bij de stal dichtbij foerageren.  Al vanaf 2012 overlegt de afdeling met de gemeente, om een gezond drachtgebied te bevorderen. Het bermbeheer is aangepast om de biodiversiteit te bevorderen. Succesnummers zijn akkerrandenproject en patrijzenproject. Jaarlijks zijn er een groot aantal deelnemers. We hebben nu 40 leden van diverse leeftijden”, vertelt Te Hennepe, “met een brede spreiding van honingimkers tot mensen die imkeren om meer van de natuur en insecten te leren, of ook wel mensen die fruitbomen willen laten bestuiven.” “Binnen de leden zien we ook een soort biodiversiteit”, vult Obbink aan. Hij kent het imkeren al vanaf de zestiger jaren. Zelf is zijn belangstelling altijd breder geweest dan de bijen alleen. Zo zit hij samen met Lensink in de wildbeheerseenheid en is hij geïnteresseerd in drachtplanten. “De leden zijn enthousiast en doen veel met elkaar”, vertelt Lensink. “Behalve de jaarlijkse ledenvergadering komen we regelmatig bij elkaar zoals bijvoorbeeld bij de studieclub.”  De oudere imkers Obbink en Lensink brengen daar de jongeren praktische zaken bij. Er is ook aandacht voor verdere verdieping van kennis. Jaarlijks biedt Obbink een cursus korfvlechten aan. Net als de bijen hebben de leden voor hun onderlinge communicatie “De Kwispeldans”, een soort nieuwsbrief, die enkele malen per jaar uitkomt.

Heemst met honingbij, foto Abe Maaijen juli 2023

Samenwerken
“Aalten werkt nauw samen met imkers uit de regio, zowel met verenigingen aangesloten bij de NBV, zoals Winterswijk en Varsseveld, als met de vereniging De Grensstreek, uit  Dinxperlo, die is aangesloten bij imkers Nederland,” vertelt Te Hennepe enthousiast. “We zien lokaal eigenlijk geen verschillen tussen deze bloedgroepen. ’Kunnen deze verenigingen niet samen?’ vragen wij ons weleens af af. Met de afdeling Winterwijk heeft Aalten de nieuwjaarsvisite, waarbij we  om de beurt bij elkaar op bezoek gaan. Samen met Winterwijk, Varsseveld en Dinxperlo, organiseren we gezamenlijke  excursies en lezingen. De imkers van De Grensstreek vragen vaak naar het blad Bijenhouden, dat ze gretig lezen. Ook voor de basiscursus imkeren werken we  samen met de buurverenigingen. Wist je trouwens  dat de oud-burgemeester van Aalten, Bert Berghoef, in 2017 voorzitter werd van de NBV?”

dronefoto Abe Maaijen juli 2024
Hans Obbink Foto Imkers Aalten

In 2015 gaf imkervereniging Aalten ter gelegenheid van het eeuwfeest  een mooi boek uit over een eeuw imkeren in Aalten.  De redacteuren krijgen ter plekke een boek mee. Het boek, geschreven door oud-secretaris Gerrit Appenhorst, is een mooie weergave van wat er zich heeft afgespeeld, verluchtigd met foto’s. Het bevat oude notulen, verslagen van excursies en verhalen over imkers uit het verleden. Verder komen ziektes, honingkeuren, voedersuiker, pollenonderzoek, drachtplanten, natuurherstel en cursussen voorbij. De eerste bestuurssecretaris J.C. Lammers krijgt veel aandacht in het boek. Hij heeft van 1915 – 1945, dus dertig jaar als secretaris veel voor de vereniging gedaan. Hij schreef zelfs een jaarverslag in dichtvorm. In 1945 wist hij bij de Duitse hoge officieren gedaan te krijgen, dat ze de linde voor zijn huis niet omzaagden, maar lieten staan. Extra mooi, omdat de linde een belangrijke drachtplant is, die bovendien het wapen van Aalten siert.

Hoewel de Aaltense imkervereniging onderdeel was van de algemene V.B.B.N., zie je bij de oude bestuurders toch een christelijke overtuiging doorklinken, zo vermeldt het boek. Een Zwitsers gedichtje, opgenomen in het jubileumboek, ademt de sfeer van het pantheïsme, waarmee bedoeld wordt dat het goddelijke in de natuur is.

observatiekast, foto imkers Aalten

Die Biene, dieses kleine Tier,
Siehst du in ed’ler Arbeit hier.
Betrachte ihre Kunst, ihr Streben.
Nimm sie zum Beispiel für dein Leben.
Nimm sie zum Beispiel für dein Leben.
Erfüllst wie sie ihr, deine Pflicht.
Fehlt deinem Werk den Segen nicht.

Ook bij de Vlaaamse dichter Guido Gezelle zien we dit pantheïsme in zijn gedichten en zijn begrip het “vonkske“. In zekere zin zien we de bezielende en lerende natuur ook heden ten dage terug bij veel natuurliefhebbers. Ook bij de imkers uit Aalten, die trots mogen zijn op hun vormende rol. Voor liefhebbers zijn er nog enkel exemplaren van het jubileumboek te bestellen bij de afdeling.

Dit artikel werd eerder geplaatst in Bijenhouden 17e jaargang nr 5 Oktober 2023

Huub Weterings en zijn paradijs

Tijdens de Duitse bezetting kreeg de toen tienjarige Huub Weterings van een imker zijn eerste bijenvolkje. Hij deed de zwerm in een korf en moest volgens de imker suiker voeren. Maar suiker was schaars en Huub kreeg van zijn moeder maar drie schepjes, helaas was dat onvoldoende voor zijn bijen. Maar vanaf dat moment was Huub idolaat van bijen. Afgelopen december kreeg hij een oorkonde bij zijn benoeming tot Koning van het Bijenhoudersgilde St. Ambrosius te Made, dit wegens zijn werkzaamheden als bijenteeltleraar en korfvlechter in de afgelopen halve eeuw. Huub: “De mensen zeggen vaak ‘Je bent zelf een bij’.”

Het interview en een uitgebreide fotosessie vinden plaats op zijn prachtige paradijsje, wat wonderlijk verwilderd is en waar de tijd vrijwel stil staat. Hij kocht dit stuk land in 1961.

Foto Abe Maaien 2023

Hoe ben je tot het imkeren gekomen?

“Rijen werd in oktober 1944 door de Polen bevrijd. Mijn moeder gaf mij met Sinterklaas ‘44 een bijenboek, dat ook op de tuinbouwschool gebruikt werd. Ik las het tien keer door.” Huub kwam via een vriendje op een boerderij in contact met een imker. Zo kreeg hij zijn eerste korf in 1946. Als 14-jarige jongen ging hij met allemaal oudere imkers voor het eerst naar het koolzaad. Daar had hij zijn twee korven mooi aan de rand van de rij geplaatst. “Ik had de meeste honing, omdat ik aan de goede kant stond!”

Wat deed je verder voor werk?

Huub was onderwijzer op de lagere school. Daar had hij een observatiekast waarbij de bijen in en uit konden vliegen. Soms merkte hij de bijen, voor ieder kind één. Huub gaf gymnastiek aan plaatselijke boeren en begeleide kwekelingen; jonge onderwijzers in spe. Het lesgeven wist Huub een plek te geven binnen het imkeren. Ingenieur Mommers, ooit Rijksbijenteeltconsulent en directeur van het bijenproefstation de Ambrosiushoeve te Hilvarenbeek, zei tegen Huub, dat hij bijenteeltleraar moest worden. Inmiddels geeft Huub al zestig jaar imkercursussen en lezingen. Veel bezoekers uit Nederland en België ontvangt hij op zijn landgoed in zijn zomerpaleis (een plastic kas) of in zijn winterpaleis (een stenen schuur). 

Je imkert uitsluitend met korven?           

Foto Abe Maaien 2023

Huub is helemaal gespecialiseerd in het korfimkeren. “Niets is mooier dan korven! De afgelopen week heb ik net mijn stal weer afgedekt met riet en gisteren zijn de korven er in geplaatst.” Door het mooie weer is het een gegons van jewelste. De bijen zijn rustig en Huub poseert rustig voor zijn stal. “Ik imker altijd zonder kap, wel heb ik altijd rook in de buurt.” Een masker staat naast de stal om de boze geesten te verjagen. Huub laat zien hoe je een veger kan maken, door te kloppen met een korf op de kop en een botskorf er bovenop. De bijen inclusief de koningin gaan allen naar boven en zijn zo te scheiden van de achterblijvers. Nog mooier is het als Huub even later een korf vol bijen aan de onderkant toont. Geen bij doet hem wat. Bijen die hij over heeft geeft hij doorgaans aan imkers die volken nodig hebben.

Sinds 1943 heb je heel wat meegemaakt in het imkerland, toch?

Foto Abe Maaijen 2023

“Ja ik was lid van de NCB en van de  VBBN en kreeg van beide verenigingen het blad, respectievelijk het geeltje en het groentje. Thuis heb ik diverse boeken over imkeren, zoals die van Joustra, Schotman en Speelziek, maar ook diverse Duitstalige werken. ” Naast de genoemde Mommers had Huub een goed contact met diverse imkers, zoals de heer Evers, die de Aalster methode introduceerde en met de heer Pettinga, die Ingenieur Mommers opvolgde als bijenconsulent. “We maakten diverse ziektes mee, zoals de tracheeënmijt in de jaren zestig, en later nosema en varroa. Huub ging mee naar het koolzaad in de Flevopolder en won daar in 1983 en 1993 prijzen met zijn honing. Huub heeft een periode stuifmeel gewonnen voor het immuniseren van allergische patiënten. Bij hemzelf was een arts zeer verrast toen hij een zeer groot aantal witte bloedlichaampjes in zijn bloed bleek te hebben, mogelijk door het vele bijengif van steken die hij kreeg. 

Vlecht je nog korven?

“Ja dat heb ik altijd gedaan en doe het nog steeds. Ik geef ook les in het vlechten.” Huub laat zien hoe het gaat, waarbij hij  stro van rogge gebruikt, wat een hoog kiezelgehalte heeft. Hij bindt met wilgtwijgen, die hij veelal splijt in tweeën of in drieën. Zijn moeder vond het vroeger erg dat hij het op zijn broek deed, wegens de slijtage. Huub maakt een korf in een dag. Tijdens zijn werk luistert hij graag naar klassieke muziek, die in de serene stilte van zijn land nog mooier klinkt. Zijn lievelingscomponist is Haydn, wellicht niet toevallig de componist van Die Schöpfung. Blijkbaar is hij bezig met zijn hoge leeftijd en de eindigheid van het bestaan; hij heeft zijn eigen kist voor de uitvaart al gevlochten. 

Volg je het gesprek over biodiversiteit in de wereld van de bijenhouders?

Foto Abe Maaien 2023

Huub is erg begaan met de natuur. In zijn paradijsje leven niet alleen bijen, Huub wijst voortdurend op allerlei vogels en vlinders en insecten. Diverse soorten passeren de revue: het zandoogje, de tuinfluiter, de keep, de kievitsbloem, de daslook. Hij maakt zich zorgen om hun afname en wat er met dit stukje natuur gebeurt als hij er niet meer is. “Op mijn land wordt uitsluitend stalmest gebruikt, nooit kunstmest. Vroeger had ik enkele koeien lopen. Ooit had ik hier ongeveer zestig verschillende appelbomen. Door mijn leeftijd en omdat ik geen auto meer kan rijden is het wat zwaar geworden met de moestuin” Huub laat zijn grote moestuin zien. De bedden zijn er nog, maar er is enige verwildering in de structuur. Inmiddels heeft hij hulp van vrijwilligers uit het dorp en van zijn imkervereniging. Er lopen nog enkele kippen rond, waar Huub mee communiceert.

Dit artikel verscheen eerder in het NBV-blad Bijenhouden 17 nr. 4 augustus 2023

De tuin van Cereshoeve

Onze tuin in Ruinen wordt nu het vierde jaar door ons beheerd. Cereshoeve, genoemd naar de Romeinse godin van de landbouw, leek een geschikte naam voor boerderij en erf. Het gaat om ¾ ha. De achterzijde, op het zuiden kijkend, wordt begrensd door een verwilderd stukje bos, wat de tuin nog groter maakt. Aan de westkant is een greppel met bomen en struiken erlangs, waarbij een aantal oude eiken de begrenzing domineren. Er staat van alles tussen, zoals hulst, wilg, berk, beuk, vuilboom een paar seringen en een gouden regen. Ook wat lagere stuiken, zoals liguster en kardinaalsmuts.

Plattegrond

Aan de westkant op de grens met de buren, wordt geleidelijk gebouwd aan een Drentse wal met takken en bladeren om het bodemleven te bevorderen en huisvesting te bieden aan kleinere dieren en vogels. Er zijn ook een paar compostplekken in deze westzijde geïntegreerd. Tussen de bomen en struiken kijkt men uit op een paardenweide, waar een deel van het jaar redelijk wat wilde bloemen in staan. Aan de westzijde van de tuin staat ook een aantal bijenkasten, met wat begroeiing erom heen, zoals Gelderse roos, kardinaalsmuts, jeneverbes en lijsterbes en wat kleinere perenbomen.

Wat dichter naar de woning in het voorste deel van de achtertuin wordt de grens met de buren afgescheiden door rododendrons en laurierkers. Vóór deze rododendrons en laurierkers is  een kruidentuin aangelegd, gebaseerd op middeleeuwse kloostertuinen. Deze wordt deels afgeschermd door beukenhagen, die overigens ook elders om de woonboerderij staan. In de kruidentuin staan, zowel tuinkruiden, als enkele groenten, maar vooral ook oorspronkelijk medische kruiden en wat kleinere boompjes zoals Japanse acers, jasmijn en roos.

Twee grotere bomen in de kruidentuin zijn appels die aansluiten. Het voorste deel van de achtertuin is ingericht als boomgaard, waarbij een aantal oudere hoogstammen uit de Betuwe is overgenomen. Het gaat vooral om oude rassen. De eerste twee rijen sluiten aan op de kruidentuin aan de west kant. Om de boomgaard wat meer te benadrukken hebben in de beukenhaag aan de oostkant een houten hek laten maken.

Onder de fruitbomen staan in het vroege voorjaar diverse bollen, zoals krokus, sneeuwklok, kievietsbloem en winterakoniet. Stinsen horen bij oude boerderijtuinen. De eerste bollen worden vroeg in het jaar bij zonnig weer bezocht door de bijen. Aan de rand van de boomgaard en deels in een schuur is een kippenhok met Wyandottes, die graag foerageren in de tuin en onder de bomen en struiken. Ze zorgen voor bemesting en halen flink wat plaagdieren weg

De oostkant van de tuin ligt aan een smalle weg, de historische Postweg, die ooit ook aansloot op een weg door het Dwingelderveld naar Groningen.

Aan de overzijde van de weg is een groot bosperceel deels verwilderd, deels beplant met bomen en struiken. Aan de oostzijde werd in de singel een bospad aangelegd. Tussen de hogere eiken, berken, wilgen, hazelaar, tamme kastanje, lijsterbes en hulst werden lagere bomen gepoot, zoals veldesdoorn, meidoorn, Drentse krent, sleedoorn, dennen, vuilboom, viburnum en acers. Verder staan er struiken, zoals mahonie, brem en veel beplanting, zoals diverse soorten varens, stinzenplanten, lelietje van dalen, geraniumsoorten, cyclamen, longkruid, dovenetel en epimedium. Mooie onderdelen zijn twee stukjes met diverse heide aanplant, gecombineerd met jeneverbes. Het hek is beplant met clematis, wilde wingerd, klimop en kamperfoelies. Het gaat wel wat jaren duren eer het hek geheel begroeid zal zijn.

In de achtertuin staan enkele grote oude eiken en deze zijn aangevuld met andere wat grotere bomen die we gepoot hebben zoals tamme kastanje, een groene en een rode beuk, enkele kersen, pruimen en lindebomen. In de tuin hebben we een deel van het gras vervangen door een vijftal ecologisch gemaaide percelen, die maar één keer per jaar gemaaid worden en in het begin zijn ingezaaid met mengsels van de Bolderik. Het gras blijft de neiging houden te domineren, maar soms zaaien we wat ratelaar in of voegen we wat zaad toe van mengsels. Het afgemaaide gras wordt verwijderd. Het is een project van lange adem. De rest van het gras wordt gemaaid en is wel verrijkt met timotee en klaversoorten.

Om het huis staan zoals gezegd beukenhagen en enkele hortensiasoorten, zoals de eik-hortensia en de Annabelle, afgewisseld met lampenpoetsersgras. Er staat ook een stuk met cotoneaster, skimmia en klimop. In de voortuin komen jaarlijks de dichtersnarcissen uit. Om de vlaggenmast is een perkje met rozen en kattenkruid. Om de voortuin heen staat een rand van carex met ijzerhard en  met schildblad. De vijver ligt langs het huis en vormt een belangrijke schakel voor insecten, kikkers, padden en salamanders. Naast het binnenpleintje bij de entree staat een mooie oude paardenkastanje.

De ondergrond van de tuin is complex, omdat ze op de grens lag van de gletsjer die in het tweede deel van het Saalien keileem en zand vanuit Zweden naar het zuiden schoof. We vinden veel brokken barnsteen-hars in de grond afkomstig van dennen uit Zweden. De op sommige punten dikke leemlaag zorgt, dat bij grote buien het water lang blijft staan. Veel bomen moeten vrij ver met hun wortels door de leemlaag hem komen. De begroeiing aan de randen van de tuin doen denken aan de Berken-Eikenbos gemeenschap of ook wel wat aan de Beuken-Eikenbosgemeenschap. We zien naast zomereiken, en berken, grove dennen, lijsterbes, sporkenhout, Amerikaanse vogelkers, bosbes, brede stekelvaren, pijpenstrootje, struikheide, carex, braam, hazelaar, beuk, krentenbomen, dalkruid, salomonszegel en lelietje-van-dalen. Bij het toevoegen van planten wordt rekening gehouden met de oorspronkelijke soorten.

Ja, buiten het bloemenmengsel hebben we meer dan 300 soorten verdeeld over tientallen families, die worden genoteerd in een database. Bij het maken van een bloeiboog bleek de gemiddelde voedseldekking voor wilde bijen 92%. De laatste lente en zomer (2021) werden zeer veel insecten waargenomen, zoals diverse libellen, hommels, wilde bijen, vlinders, sprinkhanen,  nachtvlinders, spinnen, vliegen en schrijvertjes. De zwaluwen scheerden over de tuin om zich te goed te doen.

Vogelsoorten zijn er volop zoals diverse mezensoorten, vinkensoorten, merels, lijsters, een puttertje, boomklevers, boomkruipers, Vlaamse gaaien, buizerds, ooievaars, tortels, houtduiven, te veel om op te noemen.

In het najaar waren al veel soorten paddenstoelen te zien, die met de (her)nieuwe soorten bomen en planten zullen uitbreiden.

Ruim drie jaar was de tuin in een pioniersfase, met veel ontwerpen, uitzoeken van de biotoop, bewerken grond, oplaten komen van oorspronkelijke vegetatie, aanplanten van bomen struiken en planten, komt de tuin in een nieuw fase van handhaving en onderhoud en het toewerken naar evenwicht. De tuin begint een ook rol te spelen in de gemeenschap, door gesprekken met mensen, die langs wandelen fietsen en door bezoekjes van nieuwsgierigen. De tuin wordt dit jaar ook opengesteld voor Groei en Bloei en later voor de groengroep in Ruinen om instructies te geven aan tuinliefhebbers. De tuin begint een eiland te worden, van waaruit insecten en vogels met de bereikbare omgeving in contact kunnen komen. Het Dwingelderveld ligt 800 meter weg en er loopt ook een natuurpad tussen onze weg en dit natuurgebied. Over een jaar of vier schat ik in, dat we in de fase van overvloed aan biodiversiteit komen met brede uitbreiding van soorten.

Job de Jonge

Schaamte en woede

Na een week oorlog in de Oekraïne valt het me zwaar om alleen over het milieu te schrijven. Buiten dat het milieu zwaar te lijden heeft onder de belasting met oorlogstuig, gaat het nu in de eerste plaats om de levens en het bestaan van mensen, van een geheel Europees volk, een graanrepubliek. Met schaamte en ergernis zie ik toe hoe het “Vrije Westen” op zijn tenen loopt. Bezorgde generaals lijken meer diplomaten dan vechtjassen. Kajsa Ollongren en Boris Johnson staan gênant met de mond vol tanden in de discussie met Oekraïners.

Laat ik ook mijn bewondering uitspreken voor de politici die, wakker geworden, saamhorig zijn en in korte tijd het Putinspook met zijn oligarchen proberen economisch te treffen. Militair laten ze de Oekraïners in de steek. De stoere taal van Biden lijkt niet op de vuist die Roosevelt en Churchill maakten, na de eerdere naïviteit van Chamberlain en de vleugellamme Volkenbond. Hitler en zijn Nazipartij hadden jaren vrij spel met hun Heim-ins-Reich-gedachten en annexaties. Ja, de VS en de EU laten Poetin al jaren wegkomen met zijn annexaties, onderdrukking van zijn eigen volk, het vergiftigen of uitschakelen van zijn tegenstanders en zijn ernstige oorlogsmisdaden in Syrië en nu in de Oekraïne.

Mijn vader en schoonvader boden verzet in de 2e Wereldoorlog. Mijn opa werd uit zijn Rotterdamse huis gebombardeerd door Nazi’s met stuka’s. Als kind werd ik geconfronteerd met de BB en de mogelijkheden van een atoomaanval van de Rus, met de neergeslagen Hongaarse opstand en de Tsjechische opstand. Ook deelde ik mee in de angst ontstaan tijdens de Cubacrisis. Als puber las ik de boeken over de Jodenvervolging door de Duitsers en ontdekte, dat vooral ook Rusland een grote geschiedenis had van antisemitisme. Als student raakte ik bekend met de rol die de gereformeerden en de communisten speelden in het verzet tegen de Nazi’s en hoorde ik de verhalen over de Februaristaking. Nu zie ik dit heroïsche verzet terug bij zeer veel Oekraïners, maar op veel grotere schaal en met meer moed.  

Tijdens mijn eerste jaren aan de VU waren veel studenten links, antiautoritair en democratiserend. In navolging van de studentenrellen in Parijs, kwamen er ook bij ons bezettingen en demonstraties, zoals tegen dictators in Spanje en Chili. Veel studenten waren geen lid meer van het corps, maar werden politiek actief in CPN, PPR en PSP. Er werd niet alleen gekeken naar het Oostblok, maar ook naar de Amerikanen en hun rol in Vietnam en hun steun aan junta’s in Zuid-Amerika. Er werd gediscussieerd over de ontaarding van het communisme onder Stalin, naar aanleiding van de boeken van Jean Elleinstein en  Solzjenitsyn. Dit stalinisme is thans vervangen door imperialisme van scherztsaar Poetin.  

Ten aanzien van het leger en de militaire dienstplicht waren er begin jaren zeventig twee stromingen in de studentenbeweging. Pacifisten en de “make peace no war” aanhangers stonden tegenover de mensen, die meer geloofden in een democratisch leger met een grote rol voor de dienstplichtigen. Ik behoorde tot de laatste groep en besloot gewoon in dienst te gaan. Dat heb ik gedaan, pas na mijn studie in 1976. Men ging toen uit van een aanval van de Rus. De dienstplichtigen waren destijds goed georganiseerd in de VVDM, de vakbond voor dienstplichtigen. Jaren lang ben ik reserveofficier gebleven en was ik paraat om op te komen, ook toen het niet meer verplicht was. Ik kreeg de mooie rang van Luitenant-Kolonel. Ik bleef actief tot 2008, het jaar dat Poetin Georgië binnenviel.

Ik heb me daarna geërgerd over niets ontziende bezuinigingen door voornamelijk kabinetten met VVD en CDA, die onze krijgsmacht hebben uitgekleed. Van drie divisies bij de landmacht zijn we naar een krappe drie brigades gegaan. Van de 56700 beroepsmilitairen en 45900 dienstplichtigen, waren er in 2017 nog maar 46900 beroeps inclusief reservisten over. Waar zijn de fregatten, waar zijn de vliegtuigen, waar zijn de pantsers? Onze mariniers zitten in het achterland. Kazernes zijn of worden gesloten.  

Logisch dat we militair gezien niet veel kunnen om de bedreigde Oekraïners te hulp te komen. Als oud reserve officier schaam ik me voor ons operetteleger, dat al eerder tekortschoot in Srebrenica. Ik hoop dat van links tot rechts er aandacht komt voor een krachtig leger met hernieuwde inzet van dienstplichtigen, die overigens ook andere zinvolle zaken kunnen doen. Militaire ondersteuning van de dappere mensen in de Oekraïne is nodig. De kolonnes van tanks van de Rus staan brutaal op de weg, het lijken in mijn ogen sitting ducks.  

www.jobdejonge.com

  

Jac. P. Thijsse, pionier biodiversiteit

Plaatjes uit Zomer 1907

Jacobus Pieter Thijsse, (1865-1945), was een, onderwijzer, natuurbeschermer en schrijver, die veel heeft bijgedragen op het gebied van natuureducatie, veldbiologie en natuurlijke historie. Ik zou zeggen, hij was de Nederlandse pionier biodiversiteit bij uitstek. Hoewel hij reeds voor mijn geboorte overleed, kwam ik hem telkens weer tegen en neemt hij in mijn boekenkasten veel ruimte in. Zijn boeken komen er vaak uit om te lezen of te kijken. Ik herinner me dat ik toen ik op de lagere school zat, al luisterde naar Weer of Geen Weer, een VARA-programma, waar thuis naar werd geluisterd op zondagochtend. Thijsse kwam daar vaak in voor als het ging om flora of fauna of om het natuurgebied De Beer, wat teloor ging aan de Europoort.   

Portret van Jac. P. Thijsse (1865-1945). Locatie en datum onbekend.

Op de middelbare school gebruikten we bij biologie het boek de Geïllustreerde Flora van Nederland waar Thijsse aan meegewerkt had. Ook in de boeken, stukjes en interviews van één van mijn favoriete schrijvers, Jan Wolkers, werd hij vereerd. Mooie passages waren het, over het beschuitblik met de plaatjes, zoals die uit het boek Texel. Ja, God had de bijbel gemaakt, maar Thijsse de albums van Verkade. Wolkers, die ik ooit ontmoette bij de boekhandel in Den Burg, kende Texel al uit het album, voordat hij er zelf ging wonen. Ik kocht in dezelfde winkel later het heruitgegeven Texelalbum, waar je de plaatjes nog moest inplakken. Ik heb het nog altijd leesbare versleten Vogelboekje en diverse Verkade albums, gescoord op markten. De biografie over Thijsse van Dijkhuizen viel me zwaar op de maag, maar gelukkig las ik een beter karakteriserend boekje van Dik van der Meulen.

Waar Vivaldi de vier jaargetijden muzikaal typeert, doet Thijsse dat binnen ons taalgebied in meer dimensies; overigens ook zijn andere werken. Zijn schrijftrant is cinematisch en persoonlijk geïnvolveerd. Wisselend zoomt Thijsse in en kijkt hij door de macrolens naar een plant of een paddenstoel of vlinder, dan weer door de tele naar een vogel, waarbij dit alles afgewisseld met landschappelijke groothoekbeelden. Vaak komt hij met persoonlijke anekdotes. Mooi is de diepgang in de stof, die toch weer door een groot publiek te lezen is. Zelfs geluiden kan hij goed beschrijven.

Onbegrijpelijk was zijn enorme kennis en zijn tempo van publiceren. Ik moet zeggen dat ik via zijn boek paddenstoelen, me deze veel beter kon eigen maken, dan via de eindeloze maar onleesbare catalogiserende handboeken, die bij cursussen worden gebruikt. Ik heb uit diverse boeken en artikelen een kort overzicht gemaakt over zijn leven.  

Ex-Libris. Met toestemming Heimans en Thijsse Stichting

Jacobus Pieter Thijsse werd in 1865 in Maastricht. Hij was de derde van vier jongens. Zijn moeder bracht hem de liefde voor tuinen bij, terwijl zijn vader veel wandelde in de natuur. Doordat zijn vader aanvankelijk militair was, moest het gezin vaak verhuizen. Zo woonde Thijsse na Maastricht in Grave en in Woerden, voordat hij in 1877 naar Amsterdam ging. Thijsse kon goed leren. Hij spijbelde voor zijn twaalfde jaar regelmatig om de natuur in te trekken. Ook in Amsterdam was hij op zijn vrije woensdag- en zaterdagmiddagen vaak te zien in Rietlanden en in de moerasjes aan het Nieuwe Diep. Hij zocht daar onder andere naar slangen of naar orchideeën. Thijsse had een fijne kindertijd en was, zoals hij het zelf weergaf onbekommerd. Op zijn veertiende mocht hij naar de kweekschool om onderwijzer te worden. Deze doorliep hij in vier jaar. Hij kreeg onder andere les van Dr. Coenraad Kerbert, met wie hij een goed band had. Deze gaf niet alleen natuurlijke historie, maar deed veel aan activiteiten buiten de school in de vrije natuur. Hij werkte in het Zoölogisch Laboratorium en werd hoofdconservator van het aquarium van Artis. In 1890 zou Kerbert directeur van Artis worden. Hij was al met al voor Thijsse een belangrijke leermeester. Beiden hadden daarbuiten een goede band, waardoor de relatie ook later bleef bestaan.

In 1883 kreeg Thijsse een aanstelling als derde onderwijzer op een Amsterdamse school. Hij stimuleerde de kinderen met kennis over de natuur. Hij begon in 1884 een dagboek bij te houden, waarin hij waarnemingen van plant en dier bijhield en aantekeningen maakte. Hij ging door met het behalen van de hoofdakte en aktes voor Frans, Engels en Duits. In 1888 gaf hij al les aan de kweekschool en in 1890 werd hij hoofd van de Fransche school in Den Burg op Texel. Tijdens zijn verblijf op Texel medio 1891, trouwde Thijsse met de onderwijzeres Leen Bosch, die hij de kweekschool had leren kennen. Zijn vrouw kreeg op Texel heimwee, waardoor het echtpaar in 1892 terug ging naar Amsterdam. Daar kregen ze twee zoons. In Amsterdam terug werd Thijsse hoofd van de Openbare School aan de Passeerdersgracht.

Omslag: Met toestemming Heimans en Thijsse Stichting

In 1893 ontmoette Thijsse de vier jaar oudere Eli Heimans (1861-1914), eveneens schoolhoofd in Amsterdam, met wie hij in de jaren die volgden veel samenwerkte. Thijsse was onder de indruk geraakt van diens boekje over de levende natuur in het Amsterdamse Sarphatipark. Samen besloten zij verder te gaan schrijven over de echte natuur. Thijsse leerde veel van de Heimans, die al meer schrijfervaring had. Ze schreven samen een reeks van werkboekjes over de natuur: Van vlinders, bloemen en vogels, Door het rietland, Hei en dennen, In sloot en plas, In de duinen en In het bosch. In 1896 betrokken ze Jasper Jaspers jr., bij hun werk.

De Levende Natuur jaargang 2 Kleurenplaat van P.W.M. Trap. Met toestemming Heimans en Thijsse Stichting

Heimans Jaspers en Thijsse richtten het tijdschrift De Levende Natuur op. Het had de ondertitel “tijdschrift voor de natuursport”. Het tijdschrift was bedoeld voor een breed publiek en had al interactieve aspecten, zoals de rubrieken waarnemingen en vraag-en-antwoord of een enquête naar kikkers. Ook Frederik van Eeden las hun boekjes en schreef voor het tijdschrift. De uitgever Willem Versluys bracht literaire tachtigers in contact met natuurbeschermers.

In 1899 verscheen De geïllustreerde flora van Nederland, aanvankelijk  het werk van Heimans en Thijsse. Vanaf tweede druk werd ook de plantkundige H.W. Heinsius medeauteur. Vele generaties hebben dit boek leren kennen en gebruikt.  

Omslag.Met toestemming Heimans en Thijsse Stichting

In 1990 verscheen het succesvolle Wandelboekje, van Heimans en Thijsse, wat twaalf maal zou worden herdrukt. In 1900 kwam er ook een tegenslag, Thijsse moest t.g.v. pleuritis met één long verder leven. Toch was zijn energie niet gebroken. Met zijn gezin verhuisde hij naar Bloemendaal. Hij forensde naar Amsterdam waar hij inmiddels het vak kennis der natuur gaf aan de kweekschool. In Bloemendaal raakte hij bevriend met de vogelfotograaf Adolphe Burdet. Thijsse gaat meer over vogels publiceren. In 1904 publiceert hij Het Vogeljaar, met foto’s, tekeningen en aquarellen. Er zullen er nog twee volgen; Het intieme leven der vogels en het vogelboekje.

In 1904 maakt Thijsse zich in het Algemeen Handelsblad zorgen over de plannen van de Gemeente Amsterdam, om de vuilnis te “plempen” in het Naardermeer. Voor Thijsse was dit meer een schatkamer van biodiversiteit. Belangrijk waren de lepelaars en de purperreigers. Hij kreeg steun van de Nederlandse Natuurhistorische Vereeniging, waar naast Heimans en Thijsse ook biologen zoals Heukels en Heinsius actief waren. Door zijn initiatief stemde een meerderheid van de gemeenteraad tegen het voorstel van B&W om het Naardermeer te bestemmen als vuilstortplaats. Om de zaak te zekeren, werd in 1905 in Artis, de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland opgericht waarvan Thijsse de eerste secretaris werd. Er werd geld bijeengebracht om het Naardermeer te kopen, als eerste natuurmonument. In 1908 pleitte Thijsse in het Algemeen Dagblad voor de aanleg van natuurparken in de omgeving van Amsterdam. Zijn ideeën zouden later, vanaf 1928 tot 1937, gerealiseerd worden gerealiseerd in de aanleg van het Amsterdamse Bos.

Zomer uit 1907

In 1904 werd Thijsse gevraagd om de tekst te verzorgen voor albums van Verkade. Ondanks aanvankelijke weerzin, hapte Thijsse in dit Verkadekoekje. De serie albums begon met de delen Lente, Zomer, Herfst en Winter, welke verschenen tussen 1906 en 1909. De albums werden een groot succes.  Ze werden meteen opgevolgd door een tweede reeks over Nederlandse biotopen, het Naardermeer en andere delen van Nederland. Deze verschenen tussen 1910 en 1918. Een derde groep wordt gevormd door albums, die uitkwamen tussen 1926 en 1938. Bekende voorbeelden daarvan zijn Texel, Paddenstoelen en Waar wij wonen. In totaal verschenen er twintig albums door Thijsse geschreven, waarvan er twee postuum verschenen.

In 1906 kreeg J.P. Thijsse zijn eerste erkenning als auteur, toen hij werd gekozen tot lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. In 1914 werd hij bovendien erelid van de Royal Society for the Protection of Birds.

 In 1914 kreeg Thijsse een groot verlies te verwerken door plotselinge overlijden van zijn vriend Eli Heimans. Het was zijn medestrijder voor natuurbehoud. Tragisch was dat Heimans minder in de schijnwerpers stond.

Passenstoelen exemplaar uit 1929

In 1922 kreeg Thijsse uiteindelijk een eredoctoraat van de gemeentelijke Universiteit van Amsterdam. Bij die gelegenheid noemde zijn promotor Th. Stomps het boek Omgang met planten uit 1909 van wetenschappelijke waarde en beschouwde dit als diens dissertatie. Thijsse beschreef daarin o.a. de bloembestuiving en de daarbij betrokken insecten. Door dit eredoctoraat kon hij gaan lesgeven aan het Kennemer Lyceum in Overveen en aan de Middelbare Meisjesschool in Bloemendaal en kort daarop bovendien aan de Middelbare Meisjesschool ’t Kopje, als leraar plant- en dierkunde.

In 1930 ging hij met pensioen, waarna hij met zijn echtgenote een reis van een half jaar naar Java maakte, waar hun jongste zoon woonde. Ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag schonken vrienden hem twee hectaren grond in Bloemendaal, waarop een heemtuin onder de naam Thijsse’s Hof werd ingericht. In 1932 werd Thijsse benoemd in een commissie voor natuur- en landschapsbescherming. Zijn vrouw Leen overleed in 1938. Hij voelde hij zich daarna eenzaam. Toen ook zijn vriend Burdet in 1940 overleed, trok diens dochter Lilly Burdet bij hem in. Tijdens de oorlog werd Thijsse’s gezondheid slechter. Hij stierf kort na de jaarwisseling in 1945 in Overveen.  

Wil je meer lezen, begin dan bij de boekjes van de Heimans en Thijsse reeks zoals:

Jac. P. Thijsse – natuurbeschermer en schrijver van  Dik van de Meulen

Van vuilnisbelt tot natuurmonument en Het begon allemaal in Artis van Marga Coesèl

Je kunt ook beginnen met een meer dan honderdjaar oud Verkadealbum van Thijsse zelf, ze zijn nog altijd goed leesbaar. 

Ik dank Marga Coesèl voor haar feedback, tips en afbeeldingen.

http://www.jobdejonge.com

Wein macht Spaß

Ik denk dat het rond 1960 was dat mijn vader en oom zo rond de Kerstdagen grijnzend zaten te lachen om de Duitse wijnen. Ze hadden van die roemers met groene voet en stelden zich klaarblijkelijk een Weinkönigin voor. Ze legden hun handen achtereenvolgens op hun borst, rug, heup en schaamstreek onder het synchroon noemen van de wijnen: Liebfraumilch, Niersteiner, Domthaler en Piesporter.

Ja die wijnen waren toen erg zoet. Furchtbar. Misschien de reden dat de Duitse wijnen in de afgelopen vijftig jaar nauwelijks te zien zijn in de slijterijen of de supermarkten. Ook in de meeste restaurants wordt eerder een pinot noir of een riesling uit de Elzas op de kaart gezet, dan een Duitse evenknie. Ik vind dat ergerlijk, want Duitse wijnen hebben veel te bieden. Bovendien komen ze van dichtbij. Als je Duitse wijn koopt verbeter je je voetafdruk op de planeet! Waarom de wijnen uit Chili, Argentinië, Australië en Nieuw Zeeland, wat een uitstoot met het transport! Pure waanzin.

Nog mooier is als je binnen die Duitse Wijnen ook nog eens de biologische of biodynamische wijnen gaat nuttigen en dan van mooie kwaliteit.  

Pieter en Tom

Dan heb ik een goede tip. Onlangs vond ik via mijn zoektochten op het Web een pareltje op dit gebied. Twee bevlogen mannen, Pieter en Tom, werkzaam als bedrijfskundige en IT-er, die elkaar kenden van reizen en koken met hun gezinnen, besloten hun passie voor wijn om te zetten in een professioneel wijnbedrijf. De visie is om te blijven bij wijnen uit één land en de door hun geselecteerde kleine groep wijnboeren persoonlijk te benaderen. Daarbij hebben ze voor een aanzienlijk deel biologische en biodynamische wijn in hun aanbod. Het motto is plezier in wijn, voor de boer, voor henzelf maar vooral ook voor de klant.

Ik ben zelf verrukt van de prachtige druivensoorten en hybriden in het aanbod. De variatie is breed: Cabertin Noir, Saverin Noir, Pinot Noir, Spätburgunder, Blaufränkisch, Dornfelder, Chardonnay, Cabernet Frank, Grauburgunder, Weisburgunder, Regent, Riesling Silvaner, Müller-Thurgau, Rivaner, Saphira en Heroldrebe.

Pieter en Tom, hebben een dozijn wijnboeren, die hun wijnen leveren, waarvan de helft biologisch is. Eén biodynamisch bedrijf vond ik er bijzonder uitspringen. Het gaat om dat van Hanneke Schönhals, die het bedrijf door haar vader opgericht voortzet. De wijngaarden zijn gelegen bij Biebelnheim / Rheinhessen, tussen Mainz en Worms. Yvon Jaspers wijdde in haar programma “Onze boerderij in Europa” op 4 april 2021 aandacht aan deze Hanneke, die na haar studie bedrijfskunde en sociologie in Nederland, terugging naar het bedrijf van haar vader, om er nog meer schwung in aan te brengen. Druivensoorten worden geselecteerd op het weer en het klimaat, zodat de druiven tegen een stootje kunnen en niet met bestrijdingsmiddelen besproeit hoeven te worden.

Pieter en Tom betrekken hun wijnen uit de volgende streken: de Ahr, de Moezel, de Pfalz, de Nahe, Rheinhessen en Franken. Ik ben enthousiast over deze wijnen. Ze bestrijken een breed smaakspectrum en zijn daarom te combineren met veel gerechten of gewoon plezierig te drinken. Velen doen denken aan de wijnen uit de Elzas. Ik mis overigens de Gewürztraminer in de collectie. Ook de Trollinger voor de Schwarzriesling kan wellicht nog toegevoegd worden. De wijnen zijn in vergelijking met de Franse wijnen van dit kaliber beslist niet duur. De korte notities bij de wijnen over bijpassende gerechten vormen een mooie aanvulling.

Mooi kleinschalig project hebben jullie opgebouwd Pieter en Tom. Jullie zijn bereikbaar en dichtbij de klant, maar ook dichtbij de wijnboeren.

Ik wens iedereen Fröhliche Weihnachten.

Pioniers tegen Pollutie: Rachel Carson

Als iemand een plek op de erelijst van natuurbeschermers verdient is het Rachel Carson, die in 1962 haar schokkende betoog over de effecten van insecticiden en pesticiden op het milieu en op de gezondheid van mens en dier, samenbalde in het boek Silent Spring. Eerder dit jaar was haar betoog reeds in drie delen geplaatst in The New Yorker. Het boek zou een belangrijk startpunt zijn voor de milieubeweging, niet alleen in de VS, maar internationaal.

In het boek wordt met veel voorbeelden duidelijk gemaakt, wat een schade wordt aangericht door chloorkoolwaterstoffen, zoals DDT, Dieldrin Aldrin, Eldrin en PCP (penta chloorfenol). Ze legt de vinger op de na de Tweede Wereldoorlog, machtig geworden chemische industrie. Eén van de vele voorbeelden betrof Clear Lake in California, gelegen in een bergachtige streek, ongeveer 150 km ten noorden van San Francisco. Dit meer was populair bij sportvissers. In verband met een overigens niet bloedzuigende pluimmug, werd in de late jaren veertig het nieuwe wapen DDD, nauw verwant aan DDT ingezet. In 1949 gaf met 1 deel gif op 70 miljoen delen water. De muggen leken bij controle verminderd. In 1954 moet er een herhaling komen, nu met 1 deel gif op 50 miljoen delen water. In de opvolgende wintermaanden kwamen de eerste tekenen van aantasting van andere soorten. Zo stierven er meer dan honderd zwanehalsfuten, winterbezoekers in het meer.  De derde aanslag op de pluimmuggen in 1957 vielen er nog meer doden onder de futen. Hun levers bevatten DDD met een concentratie van 1600 ppm. Plantetende vissen hadden 25 ppm en vleesetende vissen 40 – 300 ppm. Zelfs 23 maanden na een besproeiing met gif zat er in het plankton nog 5.2 ppm. In California werd het verboden de DDD in het meer te gebruiken. Later werd ontdekt dat DDD bij de mens de schors van de bijnier onderdrukt.

In Silent Spring haalt Carson diverse malen de patholoog anatoom Wilhelm Carl Hueper (1894 -1978) aan, die de strijd aan bond tegen de oorzaken van beroepsgerelateerde vormen van kanker en daar veel tegenstand bij ondervond. Vooral het bedrijf DuPont, waar Hueper had gewerkt, probeerde hem te censureren en tegen te werken.

Rachel Carson ca 1940: Official photo as FWS employee. U.S. Fish and Wildlife Service; public domain.

Rachel Louise Carson werd geboren in 1907 in Springdale (Pennsylvania) groeide op in een eenvoudig gezin. Ze las graag en werd door haar moeder gestimuleerd tot haar voorliefde voor de natuur. Al op tienjarige leeftijd schreef ze haar eerste verhaal in een literair kinderblad. Toen zij Engels ging studeren aan het College for Women in Pennsylvania, wilde ze schrijfster worden. Al gauw, mede onder invloed van een zoölogie docente, besloot ze over te stappen naar biologie. In 1932 wist ze haar doctoraat in zoölogie te halen aan de Johns Hopkins University. Zij heeft rond die tijd tot 1936 les gegeven aan Johns Hopkins en aan de Universiteit van Maryland. Tijdens de crisisjaren maakte Rachel Carson radioscripts over het leven in de oceaan voor het federale Bureau of Fisheries van Baltimore, waar ze een baan had gekregen als aquatisch bioloog. Ze bleef daar tot 1952, waarbij ze de laatste drie jaar als hoofdredacteur werkte. Het bureau reorganiseerde in 1940 tot The U.S. Fish and Wildlife Service.  Ook in haar vrije tijd schreef ze artikelen als freelancer bij de Sun, zoals over de vervuiling door de industrie van de oesterbanken in Chesapaeke Bay. Rachel ondertekende haar artikelen met R.L. Carson, in de hoop dat men zou denken dat ze een man was en eerder serieus genomen zou worden. Haar doorzettingsvermogen en haar bevlogenheid gaven haar algemene bekendheid. Een artikel in 1937 in het belangrijke tijdschrift The Atlantic Monthly, legde de basis voor haar eerste boek Under the Sea-Wind uit 1941. Het werd geroemd door de combinatie van enerzijds wetenschappelijke nauwkeurigheid en diepgang en anderzijds de elegante en lyrische stijl. Daarop volgde nog twee boeken: The Sea Around Us uit 1951 en The Edge of the Sea uit 1955. Haar boeken werden in dertig talen uitgebracht. De leidraad in al deze werken is dat de mens deel uitmaakt van de natuur, terwijl hij daarnaast over vermogens beschikt om de natuur aan te passen en het milieu te veranderen, soms op onherstelbare wijze.

Na de uitgave van Silent Spring in 1962, werd Rachel Carson fel aangevallen door de machtige lobby van de chemische industrie, Ze werd uitgemaakt voor een hysterische vrouw of een romantische spinster. Een groep van chemische giganten, waaronder DuPont, Monsanto, Shell, Dow Chemical en W.R. Grace en Co, huurden PR-experts in om haar geloofwaardigheid aan te tasten. Men nam dure advocaten in de arm om de kranten en uitgever aan te pakken. De National Agricultural Chemicals Association gaf een kwartmiljoen dollar uit, om haar de inhoud van haar boek op allerlei manieren onderuit te halen. Rachel Carson vocht door, ondanks haar inmiddels broze gezondheid ten gevolge van borstkanker. In 1963 kreeg ze de gelegenheid om een toespraak voor het Amerikaanse Congres te houden. Ze riep op tot bescherming van de gezondheid van de mensen en die van het milieu. John F. Kennedy ondersteunde Carson voor en tijdens zijn presidentschap.

Rachel Louise Carson stierf op14 april 1964 in Silver Spring (Maryland) na een lang gevecht tegen borstkanker, in het besef dat haar werk een verschil had gemaakt, hoewel ze ook besefte dat de dynamiek van het kapitalistische systeem niet makkelijk te veranderen zou zijn. Dat weten we 60 jaar later maar al te goed, als we naar de bovengenoemde bedrijven kijken.

Als pionier zal Carson ook nog generaties aanspreken om het milieu en al de levende wezens te beschermen.

Mijn boek over haar is bijna 10 jaar oud, een speciale fiftieth anniversary edition van Silent Spring van uitgeverij Marinar Books te Boston. Interessant is het voorwoord over Carson door Linda Lear, wetenschapshistorica.

www.jobdejonge.com

Natuur en Filosofie voor kind en volwassene

Onlangs kocht ik “Het onwijs grote filosofie doeboek“, geschreven door Sabine Wassenberg, filosoof. Het boek lijkt me vooral bedoeld voor de kinderen van groep 4 tot 8 en voor brugklassers, maar wij als volwassenen kunnen gewoon meedoen met de thema’s en de leuke opdrachten. Het boek gaat over mens en natuur. Het besteedt aandacht aan een groot aantal onderwerpen, die ik vanaf mijn eigen kindertijd en adolescentie tegenkwam. Het in een aanrader.

2021 Nijmegen: Filosofie Magazine

Ik geef een opsomming van opvallende vragen uit het doeboek, want vragen en over en weer discussies doen het sinds Socrates nog altijd goed en leiden soms tot een synthese: Kan de natuur verdwijnen? Kan de mens zonder de natuur? Kan de natuur zonder de mens? Is de mens het centrum van alles? Is de mens een dier? Heeft de natuur een doel? Als God de natuur niet gemaakt heeft, waarom is over alles zo  nagedacht? Kunnen wij de natuur verbeteren? Hoe zit het met de evolutie? Kunnen we een aantal dieren missen? Welk leven leidt je het liefst? Is het erg dat de mens de aarde verpest? De goddelijke natuur, natuurlijk of bovennatuurlijk? Lichaam en geest, verscheiden of één geheel? Hebben dieren bewustzijn? Wat is natuur eigenlijk? Wat is cultuur? Ben je zo geboren of ben je zo door de omgeving gemaakt? Wat maakt corona zo erg? Zijn coronadoden erger dan slachtoffers van honger? Ben jij je DNA?

Ik besprak het boek met mijn vriend Jacob, hij is filosoof van het oude type. Toen hij het boek doorgenomen had, gaf hij als eerste commentaar dat het te links was? “Waarom te links?”, vroeg ik. “Het gaat te veel voorbij aan de ouders als opvoeders, waardoor er kritiek komt op de neutraliteit van leraren”, zei hij. “Ja, dat is zo tegenwoordig mag je geen kleur bekennen als leraar of onderwijzer”, dacht ik. “Maar hier worden toch alleen maar vragen gesteld?, of niet soms Jacob”. Hij keek me wat indringend aan. Jacob houdt vast aan het Christelijk onderwijs en is nogal CDA-gezind. “Wat denk je eigenlijk van goed rentmeesterschap, Jacob”, vroeg ik. “Ja“, citeerde Jacob de uitspraak van Calvijn: ‘Wie een akker bezit, moet dus de jaarlijkse vruchten trekken, en toezien dat hij de grond door zorgeloosheid niet uitgeput laat worden, maar hij moet zich erop toeleggen om de grond de nakomelingen over te leveren, zoals hij hem heeft ontvangen, of nog beter bebouwd. ”Mooi gezegd Jacob, maar hoe zit het dan met het CDA en het boerenvraagstuk? Op die akkers vol gif en mest kan geen insect meer leven”. Jaap was niet van zijn stuk te brengen. “Maar ze zijn aan het verduurzamen”, zei Jacob, “Er komt modernisering en innovatie van de veehouderij door stalaanpassingen, want niet alles kan in een dag. Inmiddels begon ik af te haken. Ik dacht aan het thema god in en de natuur versus God boven de natuur. Waar Jacob zich vast houdt aan Plato, Anselmus en Kant, heb ik meer met de filosofen die aansluiten bij het pantheïsme (het goddelijke is in de natuur). Mijn favoriete denkers zijn Epicurus, Aristoteles, van Ockham, Cusanus, Spinoza en Locke.

Als het goddelijke in de natuur zit en ook in jezelf, ben je dan niet van nature al een goed rentmeester? Het onkruid en de vele soorten dieren waar je niets aan kunt verdienen zijn dan goddelijk en verdienen aandacht. Ik maak een stelling voor een nieuwe discussie dacht ik: Waar Monotheisme leidt eerder tot Monocultuur, leidt Pantheïsme eerder tot Biodiversiteit. Je kunt op diverse manieren tegen de stelling aankijken vanuit historisch perspectief en vanuit filosofisch perspectief. Monocultuur kan ook geestelijke verschraling zijn en biodiversiteit raakt aan verrijking van het gedachtengoed.

De katholieke Guido Gezelle was ook pantheïstisch met een wat mystiek getinte godsbeeld. De laatste strofe vormt uit Het Schrijverke vormt een mooie afsluiting.

wij schrijven, en kunt gij die lesse toch
niet lezen, en zijt gij zo bot?
Wij schrijven, herschrijven en schrijven nóg,
de heilige Name van God!